Behandelingsmogelijkheden voor honden met kanker

Een autoriteit in Nederland op het gebied van het behandelen van dieren met kanker is drs. Johan de Vos, dierenarts van dierenkliniek De Ottenhorst in Terneuzen. Zijn werk bestaat voornamelijk uit het behandelen van dieren met kanker. Het uitgangspunt van deze behandeling is "compassionate care", wat o.a. inhoudt dat de kwaliteit van het resterende leven van de hond met kanker zoveel mogelijk is gewaarborgd. Daarnaast is er veel aandacht voor de mens achter het dier.

Inleiding
Dat de behandeling van kanker bij honden met grote sprongen vooruit gaat, hangt o.a. samen met de ontwikkelingen binnen de behandeling van kanker bij mensen. Daarnaast lijken eigenaren van honden steeds meer aandacht te gaan besteden aan de kwaliteit van leven van hun dier, omdat de relatie met de hond de laatste jaren aan het veranderen is. Meer en meer wordt de hond gezien als een volwaardig lid van het gezin. Gezinsleden die recht hebben op de best mogelijke diergeneeskundige behandeling. De eigenaar voelt zich emotioneel veel sterker verbonden met zijn hond en daarmee wordt ook het verantwoordelijkheidsgevoel voor het welzijn van de hond groter.

Behandeling van kanker kan in een aantal gevallen leiden tot genezing. Hiernaast is er, zowel binnen de kankergeneeskunde voor mensen als voor dieren, een andere ontwikkeling gaande. Voor die groep patiënten, waarvoor geen genezing meer haalbaar is, is het door voortdurende ontwikkelingen binnen de oncologie mogelijk om van de ziekte een stabiele, chronische ziekte te maken, waar nog gedurende een relatief lange periode mee kan worden geleefd. Veel verschil met de behandeling van bijvoorbeeld honden met chronische gewrichtsaandoeningen of hartklepproblemen op oudere leeftijd is er dan niet meer. Dit terwijl vroeger een eigenaar bij de diagnose kanker al snel de beslissing nam om de hond dan maar te laten inslapen.

Therapieën
Voor de behandeling van kanker bestaan tegenwoordig diverse mogelijkheden. Dit zijn o.a. chirurgie, chemotherapie, hormonale therapie, immunotherapie, radiotherapie (bestraling), nutritionele ondersteuning, fotodynamische therapie en thermotherapie. Al deze mogelijkheden roepen direct de discussie op of het ethisch verantwoord is om zo ver te gaan in de behandeling van een hond. Het standpunt van Johan de Vos is, dat het onethisch is om een dier een grote chirurgische ingreep te laten ondergaan ter verwijdering van een tumor (bijv. pootamputatie bij botkanker), wetend dat de kans groot is dat er op microscopisch niveau tumorcellen achterblijven en geen nabehandeling uitvoeren. Maak, indien niet anders mogelijk, van een macroscopisch (zichtbaar/voelbaar) probleem een microscopisch probleem en gebruik chemotherapie of radiotherapie als nabehandeling.

Chirurgie
Tumorchirurgie is nog altijd de meest gebruikte methode om kanker te bestrijden. De tumor zal door de dierenarts zo ruim mogelijk worden weggesneden. De hierdoor ontstane wond moet nog wel kunnen worden gesloten. Een voorbeeld is de verwijdering van een mastocytoom in de huid van een poot. Het mastocytoom lijkt op dit moment de meest voorkomende vorm van kanker bij de hond te worden. Bij chirurgische verwijdering van een mastocytoom moet redelijk veel, ogenschijnlijk gezond ogend weefsel om de tumor heen worden weggenomen. De huid in dit gebied is vaak echter al zo strak gespannen, dat er geen mogelijkheid meer kan zijn om de verschillende huiddelen aan elkaar te hechten. In zulke gevallen zal gebruik worden gemaakt van plastische chirurgie om een nieuwe wondafdekking te creëren. Aangezien de kans aanwezig is, dat in de randen van de ontstane wond toch tumorcellen achterblijven, moet al het verwijderde weefsel worden onderzocht door een patholoog. Wanneer bij dit onderzoek inderdaad tumorcellen worden gevonden in de zogenaamde snijranden, kan de hond in aanmerking komen voor een nabehandeling in de vorm van chemotherapie of radiotherapie.

Chemotherapie
De behandeling d.m.v. chemotherapie bij honden staat binnen de diergeneeskunde nog steeds ter discussie. Eigenaren van honden maken al snel de vergelijking met de hen bekende bijwerkingen bij mensen, zoals kaalheid, braken en doodziek zijn in de periode tijdens en tussen de behandelingen. Dit beeld doet zich echter veel minder voor bij de behandeling van honden, omdat gebruik wordt gemaakt van aangepaste, lagere doseringen van de medicijnen. Immers kwaliteit van leven staat bovenaan en de bijwerkingen zoals bekend uit de kankerbehandeling bij mensen, zijn voor dieren niet acceptabel.

Honden worden niet kaal, met uitzondering van de draadhaar rassen (in het algemeen die rassen, die moeten worden getrimd) en zijn meestal ook niet ziek van de behandeling. Braken doet zich in ongeveer 30% van de gevallen voor, maar dit kan goed worden bestreden door het geven van medicijnen. De algemene principes, die gelden voor honden die worden onderzocht voor en behandeld tegen kanker, zijn dat ze geen pijn mogen lijden, niet mogen braken en geen honger mogen hebben.

Door het gebruik van aangepaste doseringen is het niet altijd zo, dat genezing in het vooruitzicht kan worden gesteld. Wel een verlenging van het leven van de hond en deze periode wordt, door nieuwe inzichten, steeds langer. Voor honden met lymfeklierkanker geldt bijvoorbeeld, dat zeker de helft van deze patiëntengroep m.b.v. chemotherapie het eerste jaar van behandelen overleeft, terwijl zonder behandeling deze dieren vanaf het moment van diagnosestelling nog maar zo'n 6 weken te leven hebben. Chemotherapie brengt evenwel ook risico's met zich mee, die een effect kunnen hebben op de eigenaar en zijn leefomgeving. Feit is dat de hond wordt behandeld met risicovolle medicijnen om de kankercellen te vernietigen, maar dat deze zelfde medicijnen ook gezonde cellen bij mens en dier kunnen aantasten. Voordat tot deze vorm van behandelen wordt overgegaan dient de eigenaar hierover goed te worden geïnformeerd. Extra voorzichtigheid is noodzakelijk bij contact met het dier, het speeksel, de ontlasting en de urine, in de periode aansluitend op het toedienen van de cytostatica, maar ook wanneer thuis medicijnen moeten worden gegeven. De afstand naar het behandelcentrum die regelmatig moet worden afgelegd, kan ook problemen met zich meebrengen. Een eigenaar die voor chemotherapie kiest, moet vooraf op de hoogte zijn van alle consequenties. De behandelend dierenarts dient voldoende kennis te hebben over deze vorm van behandelen en voldoende tijd vrij te maken voor voorlichting. Een hond met chemotherapie behandelen is niet niets en kan slechts op een beperkt aantal plaatsen in ons land worden uitgevoerd.

Hormonale therapie
Hormonale therapie kan de tumor zelf aangrijpen, maar ook dienen om de omgeving van het gezwel te behandelen. Een voorbeeld hiervan is behandeling met bijnierschorshormonen (corticosteroïden), zoals prednisolon. Kanker kan nare en pijnlijke bijwerkingen hebben. Dit wordt o.a. veroorzaakt door een ontstekingsprikkel vanuit de tumor op de omgeving. Zo'n ontsteking, bijvoorbeeld vaak aanwezig rond hersentumoren, kan door deze therapie worden geremd, waardoor tijdelijk de klachten afnemen en het welzijn van het dier kan worden verbeterd.

Anderzijds is het niet aan te bevelen om bij een hond met maligne lymfoom (lymfeklierkanker) al met een behandeling met prednisolon te beginnen, wanneer je als eigenaar chemotherapie overweegt. Starten met een behandeling met corticosteroïden vóór het starten met chemotherapie, verkleint bij deze groep patiënten de kans op succes op lange termijn aanzienlijk.

Radiotherapie
Radiotherapie is een andere naam voor bestraling en kan op verschillende manieren plaatsvinden.
Het is een behandeling met ioniserende straling, die kan bestaan uit elektromagnetische golven of deeltjes. Radiotherapie is slechts beperkt mogelijk in Nederland. Op dit moment zijn er een zestal praktijken in ons land, die deze behandeling kunnen uitvoeren, weliswaar alleen bij oppervlakkig gelegen tumoren. Voor bestraling van dieper in het lichaam gelegen tumoren moeten de dieren helaas nog altijd naar bestralingsinstituten in Parijs of Zürich. Het doel van radiotherapie is de vernietiging van de tumorcellen onder bescherming van het normale weefsel. Ook hiervoor geldt dat de behandeling kan plaatsvinden met als doel genezing of om het nog resterende deel van het leven van het dier te veraangenamen (zogenaamde palliatieve zorg). Bestraling kan ook weer in combinatie met andere therapieën worden ingesteld.

Kankerpreventie
Inmiddels is er ook steeds meer kennis over processen die kankerverwekkend zijn. Goede voorlichting kan een preventieve rol spelen in het ontstaan van kanker.

Bij de hond zijn van belang :
Mammatumor
: uit recent onderzoek blijkt, dat er een relatie bestaat tussen het ontstaan van melkkliertumoren en het hormoon progesteron gevormd in de eierstokken van de teef aansluitend aan de loopsheid of aanwezig in antiloopsheidinjecties. Een castratie (verwijdering van de eierstokken) van de teef voor de eerste of uiterlijk de tweede loopsheid blijkt te prefereren boven antiloopsheidinjecties of het gewoon loops laten worden. Dit is natuurlijk niet weggelegd voor fokteven.

Prostaatcarcinoom: bij het advies een reu te castreren dient rekening te worden gehouden met het feit, dat een gecastreerde reu een verhoogde kans heeft op het ontwikkelen van kwaadaardige prostaatkanker. Een extra hoog risico geldt dan nog eens voor de Bouvier.

Cryptorchidie: bekend is dat niet-ingedaalde testikels een verhoogd risico op het ontstaan van een tumor in deze testikel met zich meebrengt. Vroegtijdige chirurgische verwijdering van zo'n testikel kan dus zonder meer worden gezien als een preventieve ingreep ter voorkoming van het krijgen van kanker.

Conclusie
De methoden om kanker te behandelen zijn de laatste jaren sterk toegenomen en verbeterd, maar er zal altijd voor gewaakt moeten worden dat verlenging van het leven van de hond met kanker alleen acceptabel is, indien de kwaliteit van dit nog resterende leven is gewaarborgd.

Bron: internet