Vaccinaties

De afgelopen jaren heeft er volop discussie plaats gevonden over vaccinaties. In zowel wetenschappelijke als alternatieve kringen. Wetenschappers zeggen allang niet meer, dat een vaccinatie nooit nadelige gevolgen heeft. Sommige alternatieve therapeuten nemen iedere gelegenheid te baat de “allopathische” vaccinatie te verketteren. Ze hadden toch al jaren gezegd, dat het spul niet deugde en menen met homeopathische middelen (nosoden) de vaccinaties te kunnen vervangen of alle virusziektes met homeopathie te kunnen behandelen. Ze vergeten echter de ellende die er ontstaat zonder vaccinatie. Ze overschatten schromelijk de mogelijkheden van homeopathische middelen, die bij de agressieve virusinfecties vaak totaal niets kunnen uitrichten. In onderstaand artikel zetten we een en ander op een rij en geven een richtlijn voor een (naar onze mening) verantwoord vaccinatieschema.

In de afgelopen 10 – 20 jaar is zonder enige twijfel vast komen te staan, dat we met deze geweldige uitvinding veel dodelijke (virus)infecties hebben kunnen voorkomen. We moeten daarbij denken aan hondenziekte, parvo en kattenziekte. Jarenlang hebben we gedacht, dat vaccinaties alleen maar voordelen geven en geen bijwerkingen hebben. Echter, meer en meer ontstaat de indruk, dat vaccinaties zij het op zeer beperkte schaal in het geniep toch oorzaak kunnen zijn van soms nare chronische storingen van het afweersysteem. Dat kan zich in de meest uiteenlopende symptomen uiten. Recente onderzoeken hebben tevens aangetoond, dat we met minder vaccinaties in een veel lagere frequentie toe kunnen.

Kortom, we kunnen niet zonder vaccinaties, maar moeten meer aandacht hebben voor de mogelijke nadelige effecten en deze zoveel mogelijk proberen te voorkomen. De (vermoedelijke) nadelige gevolgen van een vaccinatie zijn lang niet altijd succesvol te behandelen, ook niet met homeopathie! Dus voorkomen is ook hier beter dan genezen.

  • Onze wetenschappelijke kennis op het gebied van vaccinaties en de nadelige gevolgen ervan zijn nog maar beperkt.
  • We hebben vele goede en enkele slechte ervaringen met vaccinaties, die subjectief zijn en niet beproefd. En waarschijnlijk hebben we in het verleden (en nu nog) veel nadelige vaccinatiegevolgen niet herkend als zodanig.
  • Veel beweringen over vaccinatie gevolgen en vaccinatie schema's zijn gestoeld op veronderstellingen en economisch belang.
  • Zeker is, dat de universitaire diergeneeskunde tegen een aantal agressieve virusziekten, zoals hondenziekte, hepatitis, parvo en kattenziekte niks kan doen op het moment dat de ziekte uitbreekt en er onvoldoende immuniteit is. Dat geldt ook voor de homeopathie en de isopathie.
  • De preventieve werking van entingen is vastgesteld aan de hand van wetenschappelijke onderzoeken en jarenlange ervaringen.
  • De preventieve werking van homeopathische of isopathische middelen, de zogenoemde 'nosoden'' (gepotentieerd ziektemateriaal) is nog nooit wetenschappelijk vastgesteld en ervaringen berusten op 'wishfull-thinking'' in een overigens goed gevaccineerde omgeving.
  • Een vaccinatie beschermt niet altijd 100%. Een bekend voorbeeld daarvan is de enting tegen niesziekte bij de kat. Het gebeurt dikwijls, dat een goed geënte kat toch nog niezend het pension verlaat. Dat komt doordat de vaccinatie niet beschermt tegen de infectie, maar alleen ervoor zorgt dat de kat niet heel ernstig ziek wordt. Het virus krijgt dus, ondanks de vaccinatie, wel kans om binnen te dringen maar maakt de kat niet zo ziek als het geval zou zijn zonder vaccinatie.
  • Vaccinatie betekent ook een belasting van de weerstand van een dier. Het afweersysteem moet aan het werk om antistoffen te maken tegen de (verzwakte) ziekte kiemen die wij toedienen. Dat kost energie. We zien dan bijvoorbeeld, dat na een vaccinatie een homeopathische behandeling minder goed werkt.
  • De laatste jaren worden we ons steeds meer bewust van de andere mogelijke effecten op het immuunsysteem. Behalve vermindering van de weerstand menen we ook in een klein aantal gevallen chronische storingen van de luchtwegen of het maag darmkanaal te zien. We denken dat kwaadaardige tumoren of bepaalde bloedziekten in een klein aantal gevallen manifest worden door een vaccinatie. Er wordt ook gedacht, dat bepaalde degeneratieve ziekten veroorzaakt zouden kunnen worden door vaccinaties. We gaan er vanuit, dat het nog maar om uitzonderingen gaat, maar we sluiten niet uit, dat er nog veel reacties op vaccinaties 'stiekem'' verlopen. We zien ze eenvoudigweg niet, of we brengen ze niet in verband met de vaccinaties.
  • Ook bij deze ziekten veroorzaakt door vaccinaties (vaccinoses) zijn de reguliere maar ook de homeopathische (en isopathische) behandelingen lang niet altijd succesvol!

Een vaccinatie is dus niet 'zo maar even een prikje''. Er moet per geval over nagedacht worden welke entingen en in welk schema moeten worden uitgevoerd. Wat is de besmettingskans? Nederland is rabiësvrij, dus een enting tegen rabiës is in dit land niet nodig. Maar in de grensgebieden zou het toch aan te raden zijn. Een kat die vleermuizen vangt loopt wel een mogelijk risico. Hoe agressief is het virus? Kennelhoest en Corona zijn niet zo agressief, maar hondenziekte is dodelijk. We letten nog veel meer op de gezondheid van een dier; ook de leeftijd speelt een rol
Onze overwegingen op een rij:

  • Alleen (echt) gezonde dieren.

Een gedegen klinisch en eventueel aanvullend onderzoek is noodzakelijk. Even nakijken is niet voldoende ( zie Gezondheidscontrole en vaccinatie).

  • Niet te jong en niet te oud.

De meest ideale situatie bij honden zou zijn om de eerste enting te geven op de leeftijd van 12 weken of ouder. De pup is dan op krachten en de moederlijke antistoffen zijn weg en kunnen niet meer storen. Dat gaat natuurlijk alleen maar op als de moeder voldoende immuun is en dus voldoende antilichamen overdraagt naar de pups om de eerste 3 maanden veilig te kunnen overbruggen. Maar bij de meeste pups zal de hoeveelheid moederlijke antistoffen na ongeveer 6 weken al wat gaan afnemen. En als de pup op de leeftijd van 8 weken het nest verlaat, dan neemt het besmettingsgevaar natuurlijk toe. Daarom zullen we dus toch op de leeftijd van 6 à 7 weken (dus in ieder geval minimaal 1 week voordat de pup het nest verlaat) vaccineren met de relevante vaccinatie(s). Oudere honden, ouder dan 8 - 10 jaar, moeten alleen nog geënt worden als er kans bestaat op besmetting. Omdat gebleken is, dat een vaccinatie veel langer 'houdt'' dan we vroeger dachten, zal in elk geval de frequentie van enten bij oudere honden veel lager kunnen.

  • Dode entstof

We zouden bij jonge pups en kittens, bij oude honden en katten, bij gevoelige dieren (bijvoorbeeld als er voorheen een entreactie optrad) dode vaccins kunnen gebruiken; die zijn minder belastend. Echter, dode vaccins zijn weliswaar op zich veiliger, maar geven toch vaak onvoldoende (lang) immuniteit. Zeker bij pups tussen de 6 en 9 weken wordt een groot deel van de entstof weggevangen door de moederlijke antistoffen. In feite zou er dan toch met levende entstof gevaccineerd moeten worden. Maar dat geeft weer te veel belasting van de afweer van de pup. Wel of niet enten, dood of geïnactiveerd vaccin, het moet per geval bekeken worden. Dode entstof veroorzaakt weliswaar geen ziekteverschijnselen (vaccinatie reactie), maar toch bij katten weten we, dat vaccineren met bepaalde soorten dode entstof op den duur kwaadaardige gezwellen kan veroorzaken.

  • Niet te frequent.

Omdat we de laatste jaren veel meer te weten gekomen zijn over de reactie van het afweersysteem op vaccinaties kunnen we met een gerust hart de frequentie van enten tegen ziektes als bijvoorbeeld parvo, honden- en kattenziekte verlagen naar 1 x per 3 jaar. Na 2 - 3 entingen is vaccinatie voor de rest van het leven vrijwel zeker niet meer nodig; vooral niet als de besmettingskans gering is.

  • Alleen als nodig

Niet (routinematig) enten tegen ziekten, die geen gevaar vormen of slechts een zeer mild verloop hebben.

  • Nauwkeurig de reacties noteren

Het is van belang om de reacties op een enting, bijvoorbeeld in een periode van 3 - 6 weken erna, nauwkeurig vast te leggen. Die informatie kan later van pas komen.

  • Bepaalde rassen zijn gevoeliger

Bepaalde rassen lijken gevoeliger te zijn voor entreacties of voor storingen in het immuunsysteem

  • Niet naast homeopathie

Gedurende een periode van circa 3 - 6 weken vóór of ná homeopathie kan er beter niet gevaccineerd worden

Op grond van bovenstaande overwegingen zijn wij bij WHG klinieken gekomen tot onderstaande vaccinatieschema's voor hond, kat en konijn. Bij deze schema's wordt (voor wat betreft honden en katten) uitgegaan van het gebruik van Nobivac® vaccins. Er is rekening gehouden met de richtlijnen van de fabrikant en de uitkomsten van recent wetenschappelijk onderzoek naar de duur van de werkzaamheid van de diverse vaccins.

U zult zich na het lezen van bovenstaande uitleg realiseren dat het eigenlijk onmogelijk is om tot een algemeen schema te komen, omdat er in principe voor ieder individueel dier een aantal factoren spelen die bepalend zijn voor de keuze wel of niet enten, hoe vaak enten en waarmee enten.

Omdat er toch behoefte bestaat aan richtlijn voor een schema is hieronder aangegeven wat ons vaccinatie schema is voor hond, kat en konijn onder gemiddelde omstandigheden. We zullen dan ook in een aantal gevallen, in overleg met u, van deze schema's kunnen afwijken.

VACCINATIE SCHEMA HOND MET LAAG RISICO OP KENNELHOEST  

Leeftijd

Vaccinatie tegen

6 weken

Hondenziekte (pupenting!)
Parvo (pupenting!)

 

 

9 weken

Parvo
Ziekte van Weil

 

 

12 weken

Hondenziekte
Parvo
Ziekte van Weil
Hepatitis (=leverziekte)
Para-inluenza

 

 

1 jaar

Hondenziekte
Parvo
Ziekte van Weil
Leverziekte
Para-inluenza

 

 

2 jaar

Ziekte van Weil
Para-influenza

 

 

3 jaar

Ziekte van Weil
Para-influenza

 

 

4 jaar

Hondenziekte
Parvo
Ziekte van Weil
Leverziekte
Para-inluenza

 

 

5 jaar

Ziekte van Weil
Para-influenza

 

 

Enz.

Enz.

VACCINATIE SCHEMA HOND MET HOOG RISICO OP KENNELHOEST (epidemie, regelmatig in pension, uitlaatservice, shows, etc.)

Leeftijd

Vaccinatie tegen

6 weken

Hondenziekte (pupenting!)
Parvo (pupenting!)

 

 

9 weken

Parvo
Ziekte van Weil
Para-influenza + Bordetella

 

 

12 weken

Hondenziekte
Parvo
Ziekte van Weil
Hepatitis (=leverziekte)

 

 

1 jaar

Hondenziekte
Parvo
Ziekte van Weil
Leverziekte
Para-inluenza + Bordetella

 

 

2 jaar

Ziekte van Weil
Para-influenza + Bordetella

 

 

3 jaar

Ziekte van Weil
Para-influenza + Bordetella

 

 

4 jaar

Hondenziekte
Parvo
Ziekte van Weil
Leverziekte
Para-inluenza

 

 

5 jaar

Ziekte van Weil
Para-influenza + Bordetella

 

 

Enz.

Enz.

Opmerkingen

  • De combinatie Hondeziekte, Parvo, Ziekte van Weil, Hepatitis en Para-influenza wordt ook wel aangeduid als `de cocktail enting'.
  • Indien de enting op 9 weken wordt overgeslagen, dan volgt na de `cocktail' op 12 weken nog een enting tegen Parvo en Ziekte van Weil op een leeftijd van 15 weken
  • Bij honden ouder dan 10 jaar zou in principe kunnen worden volstaan met een jaarlijkse enting tegen alleen de Ziekte van Weil, tenzij er specifieke omstandigheden zijn die de kans op infectie met een bepaalde ziekte vergroten.
  • Ziekte van Weil zou in principe het best in het voorjaar geënt kunnen worden (maart/april/mei)
  • Para-influenza is de virale component van de kennelhoest. Voor deze ziekte bestaat een apart vaccin in de vorm van een injectie, maar er is ook een combinatie met Bordetella (dat is de bacteriele component van de kennelhoest) in de vorm van een neusdruppel enting.
  • Rabiësvaccinatie is verplicht bij bezoek aan het buitenland. Lees voor meer informatie het artikel `Reizen naar het buitenland met uw huisdier' in onze bibliotheek. Bij WHG klinieken wordt gebruik gemaakt van een Rabiës entstof die slechts 1 x per 3 jaar herhaald hoeft te worden.
  • Voor meer informatie met betrekking tot Ziekte van Weil zie het artikel hierover in onze bibliotheek.
  • Voor meer informatie met betrekking tot Hepatitis Contagiosa Canis (HCC) zie het artikel hierover in onze bibliotheek.
  • Voor meer informatie met betrekking tot Hondeziekte zie het artikel hierover in onze bibliotheek.
  • Een enting tegen Herpes (CHV) bij fokteven alleen geven indien nodig. Lees ook het artikel hierover in onze bibliotheek.

bon: WHG www.whgdierenartsen.nl

 


 

Deze cliënten hand-out is bedoeld als ondersteuning van het consult door de dierenarts. De tekst gaat ervan uit dat uw huisdier al door de dierenarts is gezien. De adviezen in de hand-out gelden alleen voor dieren bij wie de diagnose is gesteld. De informatie dient niet als vervanging van een consult door de dierenarts! Bedenk bij het lezen dat de gezondheidssituatie van uw huisdier anders kan zijn dan in de teksten wordt beschreven. Verder worden al onze hand-outs vervaardigd aan de hand van niet alleen wetenschappelijke literatuur, maar ook van onze eigen inzichten op grond van persoonlijke ervaringen. Daarom kan de informatie voor een deel afwijken van de gangbare literatuur.