Skelet - Artrose en spondylose bij honden

Bron: www.doberparadijs.nl

Artrose en spondylose kunnen bij alle dieren met een benig skelet optreden, maar komt het meest bij de hond voor. Bovendien kan door de zeurende pijnlijkheid de hond meer prikkelbaar zijn en/of minder willen wandelen. Artrose is een gewrichtsaandoening, die op elke leeftijd kan optreden.
Door een langdurige ontsteking ontstaan onherstelbare veranderingen aan het gewrichtskraakbeen ( = bekleding van de botuiteinden) en het bot.
Het gewrichtskraakbeen raakt beschadigd ( kan zelfs verdwijnen) en aan de gewrichtsranden treedt als ongunstig effect extra botvorming op.

Artrose kan in alle gewrichten voorkomen, dus ook in de rug. Artrose van de rugwervels wordt spondylose genoemd. Hierbij wordt extra bot gevormd aan de zijkanten en aan de onderzijde van wervels. Dit leidt tot verstijving van de wervelkolom. Tevens kunnen de beenderige vergroeiingen drukken op de zenuwen, die uit de wervelkolom treden en de spieren, darmen en blaas verzorgen.
Het gevolg is: pijn aan of verlamming van de achterhand van het dier en/of verlamming van darm en/of blaas.

Oorzaken
De mogelijke oorzaken van artrose zijn:

  1. Beschadiging van het gewrichtskraakbeen door:
    - een instabiel gewricht ( = gewrichtsslapte) of een ongelijkvormig gewricht.
    Een gewricht kan in aanleg niet goed ontwikkeld zijn ( zoals bij heup- en elleboogdysplasie). Ook door een blessure kan een gewricht instabiel worden ( zoals bij een gescheurde kruisband in de knie).
    - Overbelasting van een gewricht door overgewicht of door een te zwaar trainingsprogramma.
    Ook bij het spelen met een bal waarbij de hond abrupte draaibewegingen maakt en remt, treden micro-scopisch kleine beschadigingen in het kraakbeen op.
    - Een ontwrichting (= luxatie) of een gewrichtsbreuk.
    Klachten als gevolg van beschadiging van het gewrichtskraakbeen komen pas op latere leeftijd, als de onherstelbare veranderingen aan het kraakbeen en het bot al zijn ontstaan.
  2. Infecties
  3. Auto-immuunziekten zoals Reumatoïde artritis, waarbij afweercellen gezonde gewrichtskapsels aantasten. Deze raken ontstoken en uiteindelijk kunnen ook kraakbeen en bot worden aangetast.
  4. Verhoogde voeropname en verhoogde kalkopname bij jonge honden van grote rassen.

Diagnose
Hoe wordt de diagnose gesteld?
Op de eerste plaats kan de dierenarts de veranderingen ontdekken door te voelen. Vervolgens kan met röntgenfoto's de definitieve diagnose worden gesteld en wordt een indruk verkregen over de uitgebreidheid van de artrose.
Op de röntgenfoto kunnen we echter alleen nieuwvormingen zien die voor minimaal 30% met kalk zijn gemineraliseerd. Dus de nieuwvormingen zijn meestal uitgebreider dan op de röntgenfoto zijn te zien. Ook is op een röntgenfoto niet altijd te beoordelen in welke mate de nieuwvormingen problemen veroorzaken. Een hele kleine botnieuwvorming aan de wervelkolom kan grote gevolgen hebben op de doorstroming van bijvoorbeeld de ruggen-mergszenuwen, de bloedvaten en de lymfevaten die uit de wervelkolom treden.
Tot slot kan met een chiropractisch onderzoek bepaald worden: welke "goed uitziende" gewrichten niet goed bewegen en dus niet goed functioneren en daardoor mogelijk artrose zullen ontwikkelen.
Welke botnieuwvormingen problemen veroorzaken en in welke mate. Ook de nieuwvormingen die nog niet op de röntgenfoto zichtbaar zijn.

Behandeling
Artrose is niet te genezen. De behandeling zal erop gericht zijn om:

  • de pijn te verminderen en
  • de uitbreiding ervan zoveel mogelijk af te remmen, om de functie van het gewricht zo goed mogelijk te houden.

Individueel zal bepaald worden bij welke be-handelingen de hond de meeste baat heeft. Chirurgische behandeling:
In een aantal gevallen is de oorzaak van de artrose met chirurgie aan te pakken. Zoals bij een gescheurde kruisband in de knie. Door de knie chirurgisch te stabiliseren wordt de ontwikkeling van de artrose sterk afgeremd. Ook kan bijvoorbeeld een sterk versleten heup vervangen worden door een kunstheup. De revalidatie na zo'n ingreep vergt veel tijd.
Acupunctuur, fytotherapie ( = kruidengeneeswijze) en homeopathie kunnen een positieve bijdrage leveren.
Voedingssupplementen, zoals glucosamines, chondroïtinesulfaat, omega 3 en omega 6 vetzuren, vitamine A, C en E, ß-caroteen en het extract van de Groenlip-mossel, kunnen een positieve bijdrage leveren.

  • Bescherming tegen koude, vocht en tocht.
  • Koud, nat weer verergert de klachten.
  • Overbelasting van de gewrichten voorkomen door het lichaamsgewicht te optimaliseren en geen zware inspanningen te verrichten.
  • Overgewicht en zware inspanningen beschadigen het toch al broze kraakbeen nog meer. Daarom niet over zacht zand gaan lopen, want hierbij maken de gewrichten kleine draaibewegingen en wordt meer druk op het kraakbeen uitgeoefend.
  • Bij artrose aan de voorpoten de hond niet uit de auto of van de bank af laten springen.
  • Voorkom uitglijden. Vooral als de hond zijn balans probeert te vinden bij het opstaan en het eten. Dit kan door een stroeve ondergrond (kleed of deurmat) voor de ligplaats en de etensbak te leggen.
  • Tevens de etensbak op een verhoging plaatsen, waardoor de hond tijdens het eten de voorpoten niet teveel hoeft te belasten.
  • Gerichte lichaamsbeweging met of zonder fysiotherapie en/of chiropractie.
  • Regelmatig korte afstanden lopen of zwemmen. Spieren en kraakbeen hebben beweging nodig om sterk te blijven. Beweging bevordert de voeding van het kraakbeen.
  • Corticosteroïden (zoals prednisolon en dexamethason) zijn steroïde ontstekingsremmer, die de pijn stillen, maar tevens herstel van gewrichtskraakbeen belemmeren en de weerstand tegen infecties verminderen. Bij langdurige toediening kunnen zij ook ernstige verstoringen in de hormoonhuishouding veroorzaken.
    Niet steroïde ontstekingsremmende pijnstillers.
    Doel van deze pijnstillers oftewel NSAID's:
  • pijnstilling
  • ontstekingsremmend en voor sommigen geldt ook dat ze een beschermende werking op het gewrichts-kraakbeen hebben. Door de pijnstilling gaat de hond meer bewegen, hetgeen een positief effect heeft op de spieren en het kraakbeen.
    De ontstekingsremmende werking voorkomt verder afbraak van gewrichtskraakbeen en voorkomt vorming van nieuw bot aan de gewrichtsranden.

Bron: http://www.doberparadijs.nl/