Heupdysplasie bij jonge honden

Mevr. Y. Krooshof is specialist chirurgie voor gezelschapdieren en verbonden aan het Diergeneeskundig Centrum Noord Nederland, Dierenkliniek Emmeloord. In dit artikel gaat zij in op de nieuwste inzichten met betrekking tot etiologie, diagnostiek en behandeling van heupdysplasie bij jonge honden. Uitgave: Dierenartsenvademecum, nummer 4, april 2003.

Citaten: HD is een erfelijke aandoening met een complexe etiologie.1) Een erfelijke aanleg gecombineerd met uitwendige factoren bepalen uiteindelijk de klinische situatie. Bij sommige grote hondenrassen komt HD voor tot bij 50 % van de pups. Heupdysplasie is primair geen ziekte van de benige delen, maar het resultaat van het falen van de spieren en bindweefselstructuren die de heupkop in de kom moeten houden.

HD wordt het minst gezien bij honden die qua grootte het dichts zitten bij de oerhond. Skeletten van deze honden tonen lange smalle beenderen en een lang, smal hoofd.

De zeer grote honden, waarbij vaak HD wordt gezien, zijn 2 tot 3 x groter dan deze oerhond, met een overmatig grote kop en brede plattere voeten.
Honden waar we geen HD bij zien, zijn slank en smal. De huid is dun, strak aangesloten. Spieren zijn hard en goed ontwikkeld. Huid en onderliggende weefsels bevatten vaak minder dan 2 % vet. Bij reuzenrassen bevat de huid en het onderhuidse weefsel vaak 5 tot 10 % vet.
Bij de risicorassen blijken de pups vaak sneller te groeien mede door hun uitbundige eetlust, zowel tijdens het zogen als wanneer ze vast voedsel gaan eten. Duitse Herderpups, die op een leeftijd van 60 dagen zwaarder waren dan het gemiddelde voor hun ras, vertoonden op 1-jarige leeftijd bij 63 % HD, terwijl dit bij de pups die onder het gemiddelde zaten 37 % bedroeg.


Onderzoek
Uit meerdere onderzoeken blijkt dat er in ieder geval sprake is van meerdere genen die hun invloed hebben op het ontwikkelen van HD. Alle genen die invloed hebben op de ontwikkeling van de lichaamsbouw en afmetingen spelen mede een rol.
Een 'matig erfelijke ziekte' is een kwalificatie, waarbij een erfelijkheidsfactor van 0,25 wordt gegeven. Bij Duitse Herders in Zweden is een aantoonbare reductie in het aantal HD-positieve dieren verkregen door uitsluitend te fokken met dieren met röntgenologisch normale heupgewrichten. Echter, een ander onderzoek toont dat bij nakomelingen van een HD-vrije reu bij 8,7 % van de dieren HD werd geconstateerd, terwijl bij een andere reu met even fraaie heupen bij 37,8 % van de nakomelingen (bij dezelfde teven) HD werd geconstateerd.

Snelle gewichtstoename na de geboorte is zeker van invloed. Over het algemeen waren de HD-positieve dieren als pup op 60 dagen al te zwaar.
Spieraandoeningen zijn bij de hond niet als veroorzakende factor gevonden.
Invloed van de sekse is bij de hond niet aangetoond (in tegenstelling tot bij de mens).
Hormonale invloeden zijn ook niet aangetoond.

Voedingssupplementen in vele variaties hebben geen aantoonbare invloed op de ontwikkeling van de heupen kunnen uitoefenen. De hoeveelheid voeding is van belang; vooral niet te veel. Alles wat naast de gewone voeding gegeven wordt, zal niet bijdragen tot de ontwikkeling van de heupen. Een te veel aan calcium geeft een vergrote kans op te snelle kraakbeenrijping en daarmee problemen in de ontwikkeling van het skelet, dit leidt tot verschillende problemen. De ontwikkeling van elleboogdysplasie bijvoorbeeld wordt hierdoor versterkt, maar niet aangetoond is dat dit tot verergering van de kans op HD leidt.

Vroege diagnose
De sleutel tot het voorkomen van HD is het herstel van de congruentie tussen de gewrichtsvlakken van kop en kom. Bij de hond zou dit alleen kunnen worden bereikt door het dier in een kleine kooi op te sluiten, waarin het de meeste tijd in zittende houding zal doorbrengen, waarbij de achterpoten geabduceerd 2) zijn in een flexie.3) Uiteraard is dit geen praktische oplossing.

Ten onrechte bestaat er bij veel eigenaren en helaas ook bij collega dierenartsen de mening dat HD pas kan worden gediagnosticeerd op de leeftijd van 1 of 1,5 jaar. Helaas zal op die leeftijd de ontwikkeling van de heupgewrichten al voltooid zijn. Met daarmee, afhankelijk van de ernst van de aandoening, al geringe tot soms zeer uitgebreide artrose van de heupgewrichten.

Vroege diagnosestelling is de sleutel tot een goed resultaat. De eigenaar kan in elk geval alle omstandigheden optimaliseren; slank houden, weinig maar wel regelmatig wat bewegen, geen wilde spelletjes, geen grote speelkameraadjes, etc.
Op de leeftijd van 4 maanden is al goed röntgenologisch te beoordelen hoe de heupen zijn.

1) etiologie: leer van de oorzaken van ziekten
2) abduceren: verwijdering van lichaamsdeel t.o.v. de as van het het lichaam
3) flexie: buiging