Heupdysplasie bij honden (II)

De diagnose heupdysplasie wordt definitief gesteld door middel van röntgenologisch onderzoek. Dit kan zijn na klinisch onderzoek naar aanleiding van lichamelijke klachten of op verzoek van de eigenaar. Dieren die ingezet moeten gaan worden voor de fokkerij of die om andere redenen officieel beoordeeld moeten worden inzake de kwaliteit van de heupen worden bij, daartoe bevoegde, dierenartsen aangeboden voor röntgenonderzoek.
Deze officiële röntgenfoto's moeten voldoen aan bepaalde technische normen en worden dan ter beoordeling voorgelegd aan de sectie orthopedie van de afdeling GGW van de Raad van Beheer.
De mate van HD wordt dan volgens een internationaal erkende FCI-norm geclassificeerd.
Deze norm is in 1983 ontwikkeld en nog eens in 1991 herzien. De classificatie kent de volgende graderingen voor honden geröntgend op een leeftijd tussen de 1 en 2 jaar: A (vrij), B (vrijwel normale gewrichten), C (milde vorm van HD), D (duidelijke HD), E (ernstige HD).

Behandeling
De behandeling van HD is gericht op het verminderen van de klachten die het dier ondervind van de kwaal en het vertragen van de ontwikkeling van de aandoening. Het moet duidelijk zijn dat er geen enkele behandeling is die, in het geval van HD, de normale functie van het gewricht volledig kan herstellen.

Conservatieve behandeling
De behandeling kan conservatief zijn, dat wil zeggen zonder medicijnen en chirurgie. Daarnaast kunnen in sommige gevallen medicijnen en chirurgie uitkomst bieden. In de praktijk zal vaak een combinatie van deze behandelingen ingezet worden.
De conservatieve behandeling van het jonge dier verloopt wat anders dan die van het volwassen dier. Bij het jonge dier zal de nadruk komen te liggen op een gematigd groeitempo, gerichte beweging cq. training en een lichaamsconditie die zeker geen overgewicht mag vertonen.

Het groeitempo wordt met name genetisch bepaald. Daarnaast zal een onjuiste voeding ook van invloed kunnen zijn en zo een te hoog groeitempo kunnen bewerkstelligen. Dit is de reden dat moderne pupvoeders minder energie bevatten.

Beweging mag niet te zwaar zijn
Gerichte beweging is afhankelijk van het ras, soms het geslacht, de leefomstandigheden en de mogelijkheden van de eigenaar en de omgeving. In ieder geval mag de beweging niet te zwaar zijn zodat duur, soort beweging en ondergrond zorgvuldig gekozen moeten worden. Ook de leeftijd waarop men kan gaan beginnen met gericht bewegen moet zorgvuldig gekozen worden.
In ieder geval moet de beweging erop gericht zijn om een goede spierontwikkeling te verkrijgen en overbelasting van de (heup)gewrichten te voorkomen. Rechtlijnige beweging is een geschikte bewegingsvorm hiervoor. Ook zwemmen is geschikt mits het water niet te koud is en het dier het water in en uit kan lopen. Veel blessures ontstaan bij het op de kant klimmen.
Overgewicht is absoluut ongewenst in de groeifase. Niet alleen is het ongewenst uit het oogpunt van onnodige belasting van de gewrichten maar overgewicht ontstaat door een overmaat aan calorieën en het zijn juist de calorieën die een hoog groeitempo mogelijk maken. Dit hoge groeitempo is één van de oorzaken van heupdysplasie en elleboogdysplasie (ED).

De conservatieve behandeling van het oudere dier richt zich meer op de preventie cq. het voorkomen van overgewicht omdat dit een onnodige belasting is. Daarnaast is gerichte beweging/training gewenst en dient de huisvesting van het dier erop gericht te zijn om deze te beschermen tegen koude, vocht en tocht.

Behandeling met medicijnen en voedingssupplementen
Medicijnen zijn in een aantal categorieën onder te verdelen. Een deel is bedoeld als zuivere pijnstilling en verhogen op die manier de levenskwaliteit van het dier. Anderen hebben een meer complexe werking en zullen ook de ontsteking(en) op zich remmen en zo ook een pijnstillend effect hebben.
Nadeel is dat dit soort medicamenten strikt begeleid moeten worden omdat bijwerkingen, zeker bij jonge dieren, geen uitzonderingen zijn. Zelf dokteren is zeer onverstandig. Een stof als paracetamol is absoluut ongeschikt voor honden en kan de dood tot gevolg hebben.
Pijnbestrijding is uit ethisch oogpunt absoluut gewenst om de levenskwaliteit van de hond te verbeteren maar hierdoor kan de hond zich overbelasten. De eigenaar zal dus de beweging moeten blijven doseren.
Nieuwe stoffen, die nu nog niet onder de registratiewetgeving vallen, zijn onder andere Glucosamine en Chondroitine. Deze stoffen hebben eigenlijk alleen een preventieve werking en helpen gezond kraakbeen gezond te houden. Helaas zijn veel van deze beschikbare preparaten kwalitatief slecht.
De laatste ontwikkeling op dit gebied is groenlipmosselextract (GLM) en de eerste onderzoeksresultaten zijn veelbelovend.

Chirurgische behandeling
Chirurgie is wel de meest ingrijpende vorm van therapie en dient dan ook zeer zorgvuldig overwogen te worden. Helaas wordt vaak te snel of te onzorgvuldig voor een chirurgische behandeling gekozen waardoor de resultaten later tegen kunnen vallen.
Bij volwassen honden zijn de chirurgische mogelijkheden beperkt. Bij niet al te zware honden kan in ernstige gevallen besloten worden tot het verwijderen van de heupkop waarna een bindweefselgewricht ontstaat. Bij een juiste selectie van patiënten kan dit een juiste keuze zijn die het dier van een hoop ongemak afhelpt.In andere gevallen is soms een totale vervanging van het heupgewricht de enig overgebleven therapie. Het aangetaste heupgewricht wordt dan vervangen door een kunstgewricht. De techniek is goed ontwikkeld maar de hoge kosten en kans op complicaties temperen in de praktijk nogal eens het enthousiasme.
Bij jonge dieren zijn er veel meer behandelingsmogelijkheden. Door chirurgie van bepaalde pezen of spieren kan het functioneren van heupgewricht beïnvloed worden. Als het dier nog niet volgroeid is en voldoet aan een aantal medische eisen dan kan een bekkenkanteling ook uitkomst brengen. Hierbij wordt de kom van het heupgewricht losgemaakt uit zijn omgeving en onder een bepaalde hoek weer teruggeplaatst waardoor het heupgewricht wint aan stabiliteit. Deze behandeling moet uiterst nauwkeurig afgewogen worden om ook op langere termijn een gunstig effect te hebben.

Heupdysplasie Op deze opname is te zien hoe de speciale plaat is aangebracht op het bekken om de bekkenkanteling te bewerkstelligen en te fixeren.

 

Een meer recente ontwikkeling is die waarbij op een jonge leeftijd de sluitingsnaad van het bekken thermisch wordt behandeld zodat het bekken in een iets andere vorm doorgroeit. Hierbij zullen de heupkommen zich wat verder over de heupkop begeven. Voor deze ingreep is wel een vroege diagnostiek vereist, namelijk op een leeftijd van 4 maanden.

Heupdysplasie Op de röntgenopname na de operatie is te zien hoe de overlap tussen heupkom en heupkop is toegenomen.

 

Dat betekent dat de huidige röntgendiagnostiek alleen niet meer voldoende is. Deze staat sowieso ter discussie omdat de huidige diagnostiek een beter beeld oplevert dan de werkelijkheid. Een methode waarbij de zogenaamde "joint-laxity" (gewrichtsspeling) wordt bepaald zou een betere diagnostiek geven. Deze methode heeft echter nog onvoldoende terrein gewonnen om internationaal ingevoerd te worden als standaard.

Bij de chirurgie van jonge dieren inzake HD zou eigenlijk ook meteen sterilisatie of castratie overwogen dienen te worden. Zeker bij de recentste methode is het niet ondenkbaar dat de klinisch gezonde hond deelneemt aan de voortplanting terwijl hij of zij duidelijk drager is van de HD-genen.
Meestal zal de behandeling een combinatie zijn van bovengenoemde mogelijkheden omdat iedere patiënt individueel benaderd moet worden.
In de praktijk gebeurt het nog wel eens dat patiënten veel te laat worden aangeboden maar ook dat veel te snel de opvatting heerst dat "er toch niets meer aan te doen is". Door een uitgebreide inventarisatie en een stapsgewijs behandelplan zijn veel van deze patiënten toch op een hoger plan te krijgen waardoor de levenskwaliteit toeneemt.

Prognose en preventie
De prognose van een HD-patiënt is complex. Veel zal afhangen van variabelen zoals leeftijd, karakter, conditie, behandelingsmogelijkheden en de nazorg. Ook zijn er seizoensinvloeden aanwezig.

Sinds 1955 is al duidelijk dat HD een erfelijke achtergrond heeft en dat de ziekte door meerdere genen wordt beïnvloed. Dit verklaart waarschijnlijk ook mede waarom ondanks een vergelijkbare genetische achtergrond de expressie van het probleem zo verschillend kan zijn. Ook zaken als genetisch bepaalde groeisnelheid en lichaamsgewicht spelen een belangrijke rol. Dieren die de genen voor HD missen zullen het niet krijgen maar hoe erg de dieren het krijgen indien ze genetisch belast zijn blijft moeilijk voorspelbaar. Wel is gebleken uit diverse studies bij verschillende rassen dat het voorkomen van HD gehalveerd kan worden in de tijd van 5 generaties! Selectie heeft dus wel degelijk invloed en dan is het jammer om te zien dat in de tijd die betrokkenen nodig hebben om te bedenken hoe dat dan allemaal moet de aandoening zich verspreid en dat de genetische selectieruimte door allerlei omstandigheden steeds beperkter wordt. Sommige rassen kunnen zich langzamerhand afvragen of ze er nog wel ooit vanaf komen.

Zo lang HD voorkomt en het dier benadeelt in het welzijn dienen alle betrokkenen te streven naar een maximale en tijdige inzet om klinische patiënten te behandelen en selectiemaatregelen te nemen die de vermindering van HD nastreven waarbij het belang van het individuele dier en het ras verheven dienen te zijn boven het belang van de mens.

 

Dierenkliniek ErmeloB.J. Carrière, Dierenarts.
Dierenkliniek Ermelo,
0341-553325
www.dierenkliniek-ermelo.nl
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.