Kennelhoest

Ieder voor- en najaar breekt tot, grote schrik van mening hondeneigenaar, de kennelhoest weer uit. Ook al zijn de meeste Ierse Wolfshonden preventief ingeënt tegen kennelhoest, zij kunnen er toch (wellicht in minder mate) last van krijgen. Weliswaar is kennelhoest (voor een gezonde hond) op zich geen dodelijke ziekte maar doordat kennelhoest meestal gepaard gaat met verhoging of koorts is het zaak om onze Ieren goed in de gaten te houden.


Wat is kennelhoest?
Van meer dan één virus is bekend dat het luchtwegontstekingen kan veroorzaken of de hond gevoeliger kan maken voor de belangrijkste bacterie die bij kennelhoest een rol speelt. Verminderde weerstand, stress, veel blaffen of een hogere infectiedruk (veel honden bij elkaar) verhogen de kans op verspreiding en het aanslaan van de infectie. De naam kennelhoest is dan ook ontstaan omdat de ziekte zich vooral laat zien op plaatsen waar veel honden dicht bij elkaar leven.

De symptomen:
Kennelhoest is een keel- en luchtpijpontsteking, met als belangrijkste verschijnsel: een droge schraaphoest die door de eigenaar wordt omschreven alsof er iets in de keel van de hond zit. Vaak ook wordt er slijm opgehoest, meestal gevolgd door kokhalzen, waarna het slijm wordt ingeslikt of uitgespuugd. Soms hebben de honden een snotterige uitscheiding uit de neus.
In het begin van de ziekte kan de hond slomer zijn, door de keelpijn minder of niet eten en koorts hebben.

'Verhoging' = bij Ieren koorts
De normale lichaamstemperatuur ligt tussen de 38C en 38,5C – heeft een Ier 39C dan zal de dierenarts dat ‘verhoging’ noemen echter voor een Ier is dit ‘koorts’ en moet zo snel mogelijk naar beneden gedrukt worden. Niet omdat de hond op dat moment erg ziek zal zijn maar omdat de gevolgschade die koorts kan veroorzaken op het functioneren van het hart behoorlijk groot kan zijn.

Mogelijke complicaties:
Alhoewel het hoesten in de loop van enkele weken over gaan maar er kunnen complicaties optreden zoals: bronchitis of longontsteking.
De keel- en luchtpijpontsteking kan chronisch worden en dat is moeilijk te behandelen.
Bij erg jonge dieren, oudere dieren of dieren die door een andere ziekte een verminderde weerstand hebben kan kennelhoest zich al in de beginfase door koorts en het stoppen met eten en drinken tot een ernstig ziektebeeld ontwikkelen.

Verspreiding/besmetting:
De ziekte wordt verspreid door deeltjes die bij het hoesten worden rond gesproeid en door het opgeven van slijm. Houd er rekening mee dat de verspreiding/besmetting ook via mensenhanden of kleding kan plaatsvinden.
Maar ook op straat, bos, uitlaatplaats of trainingsveld kan de infectie van hond op hond worden doorgegeven.
Ga er altijd van uit dat de infectiekans (besmetting) zeker blijft bestaan zolang de hond hoest!
Een hoestende hond moet dus bij andere honden vandaan worden gehouden.

Behandeling:
Ga bij de eerste symptomen direct naar de dierenarts, leg uit waarom het belangrijk is om bij een Ierse Wolfshond de zogenaamde verhoging met koortsdrukkende middelen te behandelen.
De dierenarts zal normaal gesproken een antibioticakuur voorschrijven. Wanneer dit na enkel dagen geen verbetering geeft direct terug gaan naar de dierenarts.
Als de hond veel hoest kunt u naast de voorgeschreven antibioticakuur de hond een mensen hoestdrankje geven, let wel dit voorkomt wel de hoestprikkel maar geneest niet!
Laat de hond niet te grote inspanningen leveren, niet teveel trekken in de halsband en voorkom contact met andere honden.

Het voorkómen van kennelhoest:
Het is mogelijk om door vaccinatie de hond te beschermen tegen kennelhoest.
De zogenaamde ‘cocktailprik’ geeft een zekere weerstand tegen bij kennelhoest betrokken virussen. Een aparte inenting tegen de bacterie Bordetella is van belang voor een echt goede bescherming.

Er zijn twee soorten kennelhoestvaccins:
• Intrac : Is een vaccin dat in de neus gedruppeld wordt. Het zorgt voor de vorming van antistoffen in de neus en keel, de toegangspoort voor de infectie. De werkingsduur van Intrac is ongeveer een half jaar.
• Pneumodog : Wordt ingespoten en geeft bescherming door de vorming van antistoffen in het bloed.
De eerste keer moet de inenting 2 x worden gegeven met een tussentijd van een maand. Daarna is een jaarlijkse herhalingsenting voldoende.

Vanwege de betere bescherming wordt meestal de Intrac neusdruppel vaccinatie geadviseerd.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de fokker van uw hond of met uw dierenarts.
Bron + aanvullingen SIW:  Dierenkliniek Duurstede