Cataract of grauwe staar

Bron: www.wagenrenk.com

© Dr. F.C. Stades
Dierenarts, specialist oogheelkundeDiplomate European College of Veterinary Ophthalmologists (ECVO)
© Drs. R.R.O.M. van de Sandt
Dierenarts, specialist oogheelkunde

Wat is grauwe staar?
Achter pupil en iris (regenboogvlies) bevindt zich de lens, waarmee het binnenkomende beeld wordt scherpgesteld op het netvlies. De lens behoort daartoe helder te zijn. De normale lens kent echter wel een verouderingsproces, waardoor de honden-/kattenlens vanaf circa 6-jarige leeftijd in het centrale deel een grauwe waas (sclerose) gaat vertonen. Dit is normaal en veroorzaakt géén blindheid.

Een abnormale troebeling van de lens en/of de lenskapsel wordt cataract of grauwe staar genoemd. De afwijking komt regelmatig voor, bij mens en dier. Cataracten kunnen aangeboren of verkregen zijn. De belangrijkste groep van de verkregen cataracten is die van de erfelijke vormen. Het komt ook voor dat het cataract het gevolg is van een andere ziekte. Het bekendste voorbeeld is suikerziekte. Vandaar dat het bij een patiënt met cataract van belang is te weten of deze veel drinkt en dat bij twijfel het bloedsuiker gehalte wordt bepaald. Cataract door suikerziekte verslechtert in het algemeen snel. De dieren kunnen dan binnen enkele weken blind zijn. Bij een aantal andere primaire oogafwijkingen (bijvoorbeeld retina degeneratie of progressieve retina atrofie [PRA]), kan cataract optreden als bijkomende afwijking. De patiënt wordt dan blind door de netvliesafwijkingen en niet door het cataract. Het operatief verwijderen van de lens is dan dus zinloos. Het is daarom van groot belang dat de patiënt waarbij grauwe staar of cataract begint, binnen enkele weken wordt onderzocht door een dierenarts, specialist in de oogheelkunde. Zijn de lenzen al totaal ondoorzichtig, dan is controle van de netvliezen niet meer op eenvoudige wijze mogelijk. Alleen een flitslicht onderzoek (ERG) en echografisch onderzoek geven dan nog betrouwbare informatie over de netvliezen.

Als een klein deel van de lens door cataract troebel is geworden kan het gezichtsvermogen nog redelijk goed zijn. Helaas breiden bijna alle vormen van cataract zich uit, totdat de lens geheel ondoorzichtig is geworden. Het dier registreert met dat oog dan nog wel licht en donker, maar ziet geen beeld meer (kijkt door matglas).

Grauwe staar of cataract is voor veel honden en katten geen onoverkomelijk probleem. Cataract doet geen pijn. Bovendien is het oog voor de meeste huisdieren een minder belangrijk zintuig dan voor bijvoorbeeld de mens. Honden en katten leven in een wereld van geuren en geluiden en van voelen. De ogen geven aanvullende informatie. Daarom kunnen huisdieren zich doorgaans ongelooflijk goed aan een verminderd gezichtsvermogen aanpassen. Slechtziende honden blaffen 's avonds soms wat sneller of zijn wat angstiger. Zelfs als zij geheel blind zijn, zullen zij het meubilair in huis prima blijven ontwijken en enthousiast blijven spelen. Ook met de bal en met de stok. Als ze plotseling blind worden hebben ze meestal enkele maanden nodig om zich aan te passen. Natuurlijk moet ook een blinde hond in het verkeer aan de lijn, en in het veld of bij zwemmen binnen gezichtsafstand blijven. In huis is het beter de mand zó te plaatsen, dat de hond bij wakker schrikken weet, dat hij achteruit weg kan. Een hond die zich bedreigd voelt kan gemakkelijk uit angst bijten, ook al is het een heel lieve hond! Als er kleine kinderen in de buurt zijn moet een blinde hond dus wakker blijven of buiten het bereik van de kinderen worden gehouden. Maar op zich is blindheid bij een huisdier geen reden voor euthanasie.

Wat is er te doen aan cataract?
Het ontstaan en het verloop van grauwe staar zijn niet met medicijnen te remmen of te genezen. Wèl is een operatie mogelijk, waarbij de ondoorzichtige inhoud van de lens wordt verwijderd. Bij zo’n operatie zijn natuurlijk ook complicaties mogelijk. De kans op complicaties is circa 5-10 %, afhankelijk van het type cataract, type patiënt, al of geen kunstlensje etc. De kans dat het oog door de operatie verloren gaat door bijvoorbeeld glaucoom (groene staar, te hoge druk in het oog) of door een infectie is ca. 1%. De kans dat een verder gezonde patiënt overlijdt ten gevolge van de anesthesie (‘narcose’) is nog kleiner.
Of een patiënt met cataract voor lensextractie in aanmerking komt hangt af van de:
Conditie van de patiënt. Deze dient zodanig te zijn dat de patiënt de anesthesie goed kan doorstaan en dat er een goede levensverwachting is, zodat de patiënt er ook voldoende lang profijt van heeft. Bij zeer wilde of agressieve dieren neemt de kans op complicaties toe.
Conditie van het oog. Bij aanwijzingen voor andere ernstige oogafwijkingen is lensextractie meestal niet zinvol en slechts belastend voor patiënt en eigenaar.

Operatieve verwijdering van de lens of lensextractie
Voorbereiding:
Het is aan te bevelen de patiënt in de periode voorafgaande aan de operatie te laten wennen aan het dragen van een halskraag. Circa 4 dagen voorafgaand aan de operatie wordt het oog gedruppeld met een ontstekingsremmer en worden aan niet-suikerzieke dieren tevens ontstekingsremmende tabletten (prednisolon) toegediend. Voor de operatie moet de patiënt nuchter zijn (tenminste 8 uur), maar mag hij wel drinken. Aan een suikerpatiënt moet op de dag van de operatie 1/3 van de gebruikelijke hoeveelheid insuline worden toegediend.
Operatie:
Bij de operatie wordt vaak eerst een knipje gemaakt in de buitenooghoek, waarna de oogbol wordt geopend aan de rand van het hoornvlies. Daarna wordt het centrale deel van de voorste kapsel van de lens verwijderd. Vervolgens wordt de lenskern kapot getrild (phaco-emulsificatie) of uitgedrukt (afhankelijk van de hardheid) en worden de resten losgespoeld en weggezogen. Als de kapsel mooi intact, schoon en vooral helder is, kan hierin, indien gewenst, een kunstlensje worden geplaatst. Als de achterkapsel van de lens te troebel is, wordt ook daarvan het centrum uitgeknipt. Dat heeft wel het nadeel dat het glasvocht achter de lens vrij komt, hetgeen de kans op complicaties wat verhoogt. Een kunstlensje wordt dan in het algemeen niet meer ingebracht. Vervolgens wordt het oog gesloten met heel dunne, meestal niet oplosbare hechtingen. In het oog wordt meestal een luchtbelletje achtergelaten. Dat wordt na de operatie weer geresorbeerd. Een kunstlensje geeft een verdere verbetering van het gezichtsvermogen. De patiënt gaat in ieder geval sneller goed zien. Het maakt de operatie wel duurder (ca. € 100) en als er bijvoorbeeld nastaar in de achterste kapsel, dus achter de kunstlens ontstaat, is dat slecht te verwijderen. Deze nastaar kan soms wel worden "weggedampt" met behulp van een laser, maar een dergelijk apparaat is zeer kostbaar en in Nederland tot nu toe voor dieren niet beschikbaar.
Nabehandeling:
Als nabehandeling krijgt de patiënt antibiotische en ontstekingsremmende stoffen toegediend. Indien de achterste kapsel deels werd verwijderd of de lens in haar geheel, dus inclusief de kapsel moest worden verwijderd, wordt na de operatie getracht de pupil op een diameter van circa 2-5 mm te houden met behulp van een pupilvernauwende oogdruppel.
Circa 2 ½ week na de operatie wordt het oog gecontroleerd en worden de hechtingen (meestal) verwijderd. De patiënt moet de kraag daarna nog enkele dagen dragen en aan de lijn worden uitgelaten (katten binnen houden). Het oog wordt vervolgens nog 2-3 maanden gedruppeld met de ontstekingsremmer.