Oogafwijkingen

Naam

Omschrijving
Atresia Puncta Lacrimalis: aangeboren; afsluiting van de traanafvoer puntjes.
Cataract (congenitaal): aangeboren; ook wel grauwe staar genoemd. Bij een jonge pup kunnen al troebelingen in de lens worden waargenomen, die het gezichtsvermogen kunnen belemmeren.
Cataract (niet-congenitaal) : jeugdstaar, in de lens zijn troebelingen aanwezig, dat kunnen kleine troebele plekjes zijn die lange tijd stabiel zijn en niet of nauwelijks een vermindering van het gezichtsvermogen geven. Maar ze kunnen ook in ernstige mate voorkomen en/of uitbreiden en daarbij blindheid van het aangetaste oog veroorzaken. Cataract kan aan één oog voorkomen, of beiderzijds. Het komt bij veel rassen voor. De term jeugdstaar is wat misleidend. Bij veel rassen treedt het op in de eerste levensjaren, maar het kan ook nog op latere leeftijd optreden. Het onderscheid met het normale verouderingsproces van de lens (de bekende blauwe waas bij oudere honden) is meestal goed te maken.
Collie Eye Anomaly (CEA): aangeboren: komt vooral bij de Schotse Herdershond en de Shetland Sheepdog voor. Het is een afwijking waarbij het netvlies, het vaatvlies en de oogzenuw betrokken kan zijn. De ernst van de afwijking bepaalt de mate waarin het gezichtsvermogen is aangetast.
Distichiasis/Ectopische Cilie:

Distichiasis: enkele of vele haartjes op de vrije ooglidrand, ze komen doorheen de openingen van de kliertjes van Meibomius, deze haartjes kunnen fijn en zacht zijn (zoals bijvoorbeeld bij Cockers) en veroorzaken dan geen irritatie; zijn de haartjes stug (zoals bijvoorbeeld bij Flatcoated Retriever) dan kan beschadiging van het hoornvlies optreden.

Ectopische Cilie: hierbij bevinden zich 1 of meer haartjes in een kliertje van Meibomius, maar dit haar komt niet door de opening op de ooglidrand zelf naar buiten , maar wel doorheen het slijmvlies van het ooglid, en daardoor beschadigt dit haar het hoornvlies, de ectopische cilie bevindt zich meestal in het midden van het bovenooglid.

Ectropion/ Mecroblepharon: het naar buiten openhangen van de onderste oogleden, (bv. bij Bloedhond), het rode slijmvlies is dan goed zichtbaar
Entropion/ Trichiasis:

Entropion: is een afwijking waarbij het ooglid naar binnen krult. Zowel in het gehele onderooglid, delen daarvan, het bovenooglid of binnenooghoek kan Entropion voorkomen. Entropion komt bij veel rassen voor.

Trichiasis: zijn haren die zich op een normale plaats bevinden maar die door een afwijkende stand de bindvliezen en/of het hoornvlies irriteren. Komt vooral voor bij de neusplooi en bij het buitendeel van het bovenooglid.

Goniodysplasie: aangeboren; is een afwijking van de afvoer van het kamervocht (het vocht in de ruimte tussen het hoornvlies en de iris). Een klein percentage van de honden met deze afwijking ontwikkelt glaucoom ( hoge oogdruk) De afwijking komt bij veel rassen voor. In Nederland is het vooral bij de Bouvier bekend.
Glaucoom: ook wel groene staar genoemd, is een oogbeschadiging die wordt veroorzaakt door een verhoogde druk in het oog. Glaucoom is er als uit erfelijke afwijking
( primair glaucoom) of het gevolg zijn van een andere oogafwijking ( secundair glaucoom).
Lensluxatie (primair) : is het loslaten van de lens. Komt vooral voor bij kleine Terriërs en treedt meestal op rond de 4 jarige leeftijd. Een lensloslating kan een drukverhoging (glaucoom) in het oog veroorzaken en zo tot blindheid leiden.
Membrana Pupillaris Persistens (MPP): aangeboren; een vrij zelden voorkomende afwijking; als gevolg van een storing in de ontwikkeling blijven er restjes achter van het embryonale lensvaatnetje dat voor de geboorte de voorzijde van de lens van voedingsstoffen moet voorzien. De afwijking kan in zeer lichte mate voorkomen, zonder enig gevolg voor het gezichtsvermogen. In ernstiger gevallen zijn er wel nadelige gevolgen. Bij een tweetal rassen is de afwijking bewezen erfelijk. Bij veel andere rassen is erfelijkheid ( nog) niet bewezen.
Microphtalmie: aangeboren; te kleine oogbol, kan voorkomen aan één of beide ogen
N–Hypoplasie/Micropapilla : bij de micro- en de hypoplastische - niet functionele – papil is de kop van de oogzenuw onvoldoende ontwikkeld wat zich uit in een vermindering van het aantal zenuwvezeltjes en zenuwcellen. Het gezichtsvermogen van een oog met een hypoplastische papil is vrijwel nihil.
Persisterende Hyperplastische Tunica Vasculosa Lentis/ Primair Vitreum ( PHTVL/PHPV) : aangeboren; voor de geboorte is de pupil afgesloten door een dun vliesje, dat normaal gezien volledig verdwijnt enkele weken na de geboorte, soms blijven er kleine restanten over, zichtbaar als bruine of blauwe gekleurde draadjes langs de voorkant van de iris, deze draadjes maken soms ook contact met de binnenkant van het hoornvlies of met het voorste lenskapsel.
Er worden 6 gradaties onderscheiden. Bij deze aangeboren afwijking vertoont de lens pigmentstippeltjes (graad 1) waarvan de hond geen last heeft, of ernstiger afwijkingen (graad 2 t/m 6) waarbij de lens troebel en misvormd is en de hond op jonge leeftijd blind wordt of reeds blind wordt geboren.
Progressieve Retina Atrofie ( PRA) : een netvliesafwijking die bij veel rassen voorkomt en tot blindheid leidt. Het begint meestal met slecht zien in het donker (nachtblindheid) en leidt uiteindelijk na enkele jaren tot volledige blindheid. Voor PRA bestaat geen behandeling. PRA ontwikkelt zich bij veel rassen pas na het derde of vierde levensjaar. Voor die tijd is er aan de hond niets te merken en bij het oogonderzoek ook niet te zien. Voor een aantal rassen bestaat er nu een DNA-test, waardoor bij pups al is vast te stellen of de hond genetisch vrij is of dat er een kans is op dragerschap of lijderschap. De verwachting is dat deze ontwikkelingen de komende jaren zullen doorgaan, waardoor het voor vele rassen mogelijk zal zijn PRA door middel van DNA-technieken op te sporen.
Retina Dysplasie ( RD): een aangeboren netvliesafwijking. Hierbij zijn er plooitjes in het netvlies. Het aantal plooitjes kan beperkt zijn (focale vorm), maar ook meer uitgebreide vormen komen voor (geografische en totale vorm). In de laatste gevallen is er sprake van beperking van het gezichtsvermogen.
De afwijking komt bij meerdere rassen voor.
Pigment Epitheel Dystrofie (PED) : bij PED degenereren eerst de kegeltjes, zodat er dag- of tunnelblindheid optreedt, en later vaak ook de staafjes. Het proces begint ongeveer tussen het derde en vijfde levensjaar. Onderzoek wijst er op dat PED meer op een voedingsdeficiëntie (mogelijk gebrek/ tekort aan: vitamine E en taurine), met een familiaire gevoeligheid berust.