Huid - Huidklachten bij de hond

Bron: http://www.whgdierenartsen.nl

N.B. De teksten van onze hand-outs worden vervaardigd aan de hand van niet alleen wetenschappelijke literatuur, maar ook van onze eigen inzichten op basis van persoonlijke ervaringen. Daarom kan de informatie voor een deel afwijken van de gangbare literatuur.

Inleiding
Huidklachten komen vaak voor bij de hond. Er zijn verschrikkelijk veel verschillende soorten huidklachten met de meest uiteenlopende oorzaken. Om te kunnen behandelen moeten we weten wat er aan de hand is. We moeten de juiste diagnose stellen. Dat stellen van een diagnose is bij huidklachten vaak zo moeilijk. En dan is het meestal een kwestie van uitproberen. Kiezen voor de meest waarschijnlijke diagnose en dito oplossing. Als het werkt hebben we geluk, werkt het niet, dan moeten we verder zoeken. Dat kost tijd en geld. Vervelend voor de hond, de eigenaar, maar ook voor de dierenarts. Het is dikwijls helaas niet anders.
We willen het liefste een behandeling die snel resultaat geeft. Logisch! Maar ook een behandeling zonder allerlei bijwerkingen. En dat is het tweede probleem bij huidklachten: het vinden van een goede behandeling zonder bijwerkingen.
In de reguliere diergeneeskunde lukt het vaak niet om een behandeling in te stellen zonder vervelende bijwerkingen. We gaan dus op zoek naar veilige alternatieven. En gelukkig zijn die er volop.

Diagnose
De diagnostische mogelijkheden bij huidklachten zijn helaas beperkt. Bovendien komen we met de resultaten van die diagnostiek vaak niet veel verder. We hebben de volgende diagnostische mogelijkheden.

Het ziektebeeld
Soms kunnen we aan het beeld zien wat de oorzaak is van de huidklacht. Vaak kunnen we dat niet. En dan hebben we aanvullende diagnostische hulpmiddelen nodig.

Afkrab preparaat en haarmonster
Door wat materiaal van de aangetaste huid af te krabben met een scherpe lepel kunnen we onder de microscoop bekijken of er sprake is van o.a. mijten. Bij jonge hondenschurft (Demodex) moeten we veel mijten in een enkel preparaat vinden om de diagnose te mogen stellen; bij gewone schurft (Sarcoptes) is 1 mijt op een 10-tal afkrab preparaten al bewijzend. In een haarmonster (met tandenborstel afgenomen) kunnen we naast mijten ook gisten (Malassezia) en schimmels (Trichophyton, Microsporium) aantonen.

Allergietest
Er zijn 2 mogelijkheden om te testen of en waarvoor een hond allergisch is. Via een huidtest of via bloedonderzoek. Problemen daarvan zijn, dat slechts op een beperkt aantal zaken wordt getest en we niet weten of de allergie oorzaak is of gevolg. Dat houdt in dat een hond ook overgevoelig kan zijn voor zaken waarop niet getest wordt. En die missen we dus.
En als de allergie gevolg is en niet oorzaak hebben we weinig, tijdelijk of geen effect te verwachten van de daarop gerichte behandeling.De behandeling van een allergie naar aanleiding van een allergietest vindt plaats door de hond regelmatig een injectie te geven met oplopende doseringen van de stof waarvoor er allergie bestaat. We proberen daardoor de hond minder gevoelig te maken voor de betreffende stof of stoffen. De resultaten daarvan zijn ook maar zeer betrekkelijk. Dat is de reden waarom dierenartsen wat terughoudend zijn in het uitvoeren van een allergietest. Vaak ligt het kostenbaten plaatje ongunstig. Ervaring leert als uit de test alleen een allergie voor één of meerdere mijten komt de kans op succes door hyposensibilisatie vrij groot is. Maar als er diverse allergieën uit komen, bijvoorbeeld voor mijten, graspollen en hondenepitheel is het resultaat van hyposensibilisatie vaak erg teleurstellend.

Biopsie
Bij een huidbiopsie worden er 3 - 5 stukjes huid uitgesneden en histologisch onderzocht. Soms komt er een bruikbare diagnose uit, vaak komt er niet veel meer uit dan de diagnose allergie of huidontsteking. En dan zijn we natuurlijk nog geen stap verder. Ook daarbij is het kostenbaten plaatje vaak niet gunstig.

Dieettest
Om er achter te kunnen komen of een huidklacht iets te maken heeft met voeding, of er sprake is van een voedingsallergie, kunnen we niet anders dan de hond gedurende minimaal 6 - 9 weken een hypoallergeen dieet geven (en dan ook alleen dat en niets anders erbij dan alleen water). Als de huidklacht 100% weg is op zo'n voeding, mogen we de diagnose voedingsallergie stellen. We kunnen dan stap voor stap proberen om andere dingetjes te geven en te bekijken hoe de hond erop reageert. Stap voor stap. Pas dan weten we wat de hond wel of niet kan verdragen. Heel vaak zien we slechts een tijdelijk effect op een hypoallergeen dieet. En dan moeten we toch weer verder zoeken.

Antibioticumtest
Als een huidklacht 100% reageert op een antibioticum, d.w.z. dat antibiotica in staat zijn om een hond plekvrij en jeuk vrij te krijgen, is er een grote kans, dat een bacterie de primaire oorzaak is van die huidklacht. Als de plekken wel verbeteren, maar de jeuk blijft is de bacterie vrijwel zeker een complicatie en moet de werkelijke oorzaak van de huidklachten nog worden opgespoord. Als er sprake is van een primaire bacteriële allergie kunnen we een homeopathische verdunning van eigen bloed en urine toedienen. De steriele injectie wordt eenmalig toegediend, begint vaak na 3 weken te werken en kan gedurende 3 – 12 maanden effect hebben.

Waarschijnlijkheidsdiagnose
Door gebrek aan diagnostiek komen we bij huidklachten in eerste instantie vaak niet veel verder dan een waarschijnlijkheidsdiagnose. En dan zit er niks anders op dan op basis daarvan een therapie in te stellen en te kijken hoe de reactie is. Een goede reactie kan een bevestiging van de diagnose zijn. En dan is het heel belangrijk om niet 2 of meer dingen tegelijk te doen. Een voorbeeld van dat zeg maar `uitproberen' is het hypoallergeen dieet. Na het geven van een hypoallergeen voer gedurende 6 - 9 weken en het dan verdwijnen van de klachten kunnen we aannemen dat een voedingsallergie in elk geval een hoofdrol speelt zo niet de enige oorzaak is van de huidklachten. Soms is de positieve reactie slechts tijdelijk en dan moeten we weer opnieuw zoeken.

Wat zo frustrerend is bij telkens een negatief resultaat van alle uitprobeersels: de hond blijft maar jeuk houden, de vacht ziet er niet uit, soms wordt het arme dier gemeden alsof ie een voor mensen besmettelijke ziekte heeft en de kosten van de dierenarts lopen steeds verder op. Voor hond, eigenaar, maar ook voor de dierenarts niet leuk. Bij zo'n probleempatiënt is het dan ook verstanding samen met uw dierenarts een plan van aanpak te maken. En vooral ook in het plan op te nemen wat te doen als het niet lukt. Probeer met elkaar een kostenraming te maken van de te verwachten behandelingen. Het bewust zijn van de problematiek is al de helft van de motivatie om toch door te gaan.

Reguliere Behandeling
Voor de grote groep jeukproblemen, die niet met een antivlooien of antischimmel middel, een hypoallergeen dieet of met een smeerseltje te genezen zijn, zijn er in hoofdzaak slechts antibiotica en corticosteroïden ('prednison''). Corticosteroïden, de familie van de jeukremmers, waartoe ook de bekende prednison behoort. Ze werken zolang je ze toedient. Stop je ermee dan begint de ellende weer van voren af aan. En bij langdurig gebruik hebben ze nog vervelende bijwerkingen ook.

Antibiotica werken in een aantal gevallen goed, maar na de kuur, hoe lang je het ook geeft komen de klachten vrijwel altijd in alle hevigheid terug. De antihistaminica, bekend als anti-jeuk middel bij mensen, werken bij de hond niet of nauwelijks. Een enkele keer een corticosteroïd behandeling kan geen kwaad. En zeker in tijden van verschrikkelijke jeuk bij gebrek aan een betere oplossing gewoon doen. Maar cortico's voorschrijven zonder na te denken over een andere, veiliger en blijvende oplossing is niet goed. Als we uiteindelijk niet anders kunnen, omdat al onze goede bedoelingen gefaald hebben, en we dus cortico's moeten gaan geven, geldt het advies: alleen dan acceptabel als lage doseringen, zonder bijwerkingen een maximaal effect hebben is het goed. Maar met hoge doseringen en veel bijwerkingen, en nauwelijks resultaat moeten we gaan nadenken of dit wel het leven is dat we onze hond willen aandoen. We zoeken bij corticosteroïden naar de laagst effectieve dosis, de laagste frequentie (om de dag of 2 x per week) en geven het bij voorkeur 's morgens. Het is verstandig om het bloed 1 x per 3 - 6 maanden te laten controleren op de leverenzymen. Gelukkig zijn er in de alternatieve geneeswijzen zoals de homeopathie nog heel wat alternatieven, die kunnen voorkomen, dat een hond veroordeeld wordt tot de corticosteroïden.

Maatregelen vooraf
Voordat we een aantal homeopathische mogelijkheden bespreken, moeten we het even hebben over enkele maatregelen die vooraf genomen kunnen worden ter verbetering van vachtconditie en klachten:

Voeding
Uitgangspunt moet zijn, dat een hond een normale voeding krijgt. Hypoallergene dieetvoeders zijn alleen nodig als men een voedselallergie vermoedt of heeft vastgesteld. Het is dus niet altijd maatregel nummer 1 bij huidklachten. De reactie op voeding is individueel. Zo kunnen honden het op slecht voer heel goed doen, of op uitstekende voeding heel slecht. Overstap op een andere normale voeding, of van commerciële brok naar zelf bereide voeding kan in bepaalde gevallen al wonderen doen.

Voedingssupplementen zouden bij een complete voeding eigenlijk niet nodig moeten zijn. Maar in perioden van verminderde vachtconditie, zoals tijdens de voor- of najaarsverharing, na de loopsheid (schijndracht), tijdens ziekte e.d. kan een voedingssupplement net voldoende zijn om erger te voorkomen. We denken aan o.a. essentiële oliën en vitamine H (biothine). Als hoogwaardige oliën kunnen we denken aan maïsolie, sojaolie, arachis olie, tarwekiemolie of schapenvet. Er zijn ook commerciële preparaten met zeer hoogwaardige visolie, zoals Megaderm®. In die preparaten zitten vaak ook nog wat zink, selenium en biothine.

Over de conserveringsmiddelen, smaak- en kleurstoffen is veel geschreven. Er is door marketing mensen veel misbruik gemaakt van de angst die daardoor ontstaan is bij mensen voor deze stoffen. En natuurlijk is het goed om verkeerde stoffen zo veel mogelijk te mijden. Maar dat doen niet alleen de voerfabrikanten, die dat zo hard van de toren blazen. Er zijn ook zeer serieuze fabrikanten die dat als vanzelfsprekend vinden en niet zo hard schreeuwen. Natuurlijk hebben we stoffen nodig die voer houdbaar maken. Als we vlees buiten het vriesvak leggen kruipen er binnen een week maden uit.

Waarom is een zak voer met dierlijk eiwit maanden houdbaar? De kunst is natuurlijk om zo weinig mogelijk en zo veilig mogelijke conserveringsmiddelen te gebruiken. Hoe dan ook, de meeste huidklachten worden niet veroorzaakt door conserveringsmiddelen. En vergeet niet dat uw hond ook verkeerde stoffen uit de omgeving inneemt of inademt, ook al krijgt hij of zij dagelijks biologische voeding.

Vachtverzorging
Vachtverzorging is natuurlijk heel belangrijk. En dan heb ik het niet over de normale dagelijkse verzorging van een vacht en de normale trimbeurten van bepaalde rassen. Dan heb ik het ook over de hond die om welke reden dan ook een gestoorde vachtwisseling heeft en wat hulp nodig heeft. Of een hond die door zijn huidklachten een miserabele vachtconditie heeft. Zo kan het gebeuren, dat een hond, die qua ras niet in de trimsalon thuis hoort, toch al een heel eind met zijn huidklachten geholpen is door een regelmatig bezoek aan de trimsalon. En dan denk ik aan een frequente van 1 x in de 6 - 8 weken. Het dode haar dat niet spontaan uitvalt eruit halen, de wind kan weer door de haren, de broei is eruit. Ik heb daar fantastische resultaten van gezien. De trimsalon is er dus niet alleen voor een mooi kapsel voor de show of de kerstdagen. De trimsalon is er ook voor uw hond als de vachtdokter.

Parasieten
En natuurlijk moeten we vlooien, wormen en andere parasieten bestrijden. Mijn ervaring is, dat hondeneigenaren dat eigenlijk altijd prima doen. Ik maak me meer zorgen over te veel, dan te weinig. De frequentie van behandelen is natuurlijk afhankelijk van de besmettingsdruk.
Als regel geldt dat 1 vlooien bestrijdingsmiddel in de normale frequentie (zie verpakking) voldoende is. Als een hond meer bestrijdingsmiddel nodig lijkt te hebben, heeft hij een ander probleem. Niet meer vlooienmiddelen gebruiken, maar de werkelijke oorzaak van het probleem aanpakken is dan het devies.

Ontwormen
Het gemiddelde wormschema: op de leeftijd van 3, 6 en 12 weken, daarna elke (half) jaar. Omdat spoelwormen ook kinderen kunnen besmetten, wordt vaak aangeraden 4 x per jaar te ontwormen. Mensen die tegen (te veel) wormkuren zijn, doen er goed aan elke 3 - 6 maanden de ontlasting van hun hond te laten controleren op wormen en alleen bij aangetoonde besmetting te behandelen. Als beste wormkuur raden wij aan Drontal Dog (1 tablet per 10 kg lichaamsgewicht) of Drontal Large Dog (1 tablet per 35 kg lichaamsgewicht). Het middel is effectief en veilig. We zien geen bijwerkingen en maar heel zelden, dat de hond erop braakt.

Ziektediagnose
We moeten bij een huidklacht altijd verder kijken dan het vel dun is. Een chronische dikke darm ontsteking, een onvoldoende functionerende alvleesklier, een traag werkende schildklier, een nierprobleem, een besmetting uit het buitenland enz., enz. Het kunnen alle oorzaken zijn van huidklachten. Een gedegen onderzoek is nodig en kan vaak de oplossing geven voor het huidprobleem.

Homeopathie
Bij een homeopathische behandeling proberen we het meest passende middel te vinden voor de individuele hond. Daarvoor gebruiken we niet alleen de huidsymptomen. Ook gedragskenmerken, mogelijke oorzaken, algemene zaken zoals eetlust, loopsheid e.d., omstandigheden die verbeteren of verslechteren enz. zijn van belang. Het eerste grote probleem bij de homeopathische behandeling van huidklachten is, dat er vaak weinig meer symptomen te vinden zijn dan alleen de huidsymptomen. En dan zijn we eenvoudigweg niet in staat om het juiste middel te vinden. Een tweede probleem is, dat we gebruik moeten maken van de geneesmiddelleer voor mensen. Er is op het gebied van dieren nou eenmaal niet zoveel bekend wat betreft de homeopathie als bij mensen. We hebben dus te maken met onvolledige informatie.
Ik zal een aantal middelen de revue laten passeren.

Ledum palustre
Dit is het eerste middel waaraan we denken als we te maken hebben met vlooien of een vlooienallergie. Het beeld is: heftige jeuk vooral op het kruis (achterkant rug), bijten, schuren en krabben. Gevolg is kaalheid, pukkels, korsten en soms natte plekken. De klachten bevinden zich meestal op de gehele achterhand, inclusief buik. Als we veel vlooien vinden, is het duidelijk dat we vlooienmiddelen toepassen en niet meteen met de homeopathie aan de gang hoeven.
In de meeste gevallen vinden we geen of nauwelijks vlooien en toch is er sprake van een hardnekkige en heftige huidklacht. Zoals gezegd moeten we nu niet meer vlooienmiddelen gaan geven, maar de overgevoeligheid behandelen. Meestal is die overgevoeligheid secundair. Dat wil zeggen primair is er sprake van een verminderde vachtconditie en daardoor is er een overgevoeligheid voor vlooien.
We kennen de honden, die alleen een vlooienovergevoeligheid hebben tijdens de vachtwisseling of na de loopsheid als de vachtconditie wat minder is. Dat is ook de reden dat soms wat extra vitamine B, Biothine, essentiële vetzuren of een ander gewoon voer al wonderen kunnen verrichten. Vachtconditie beter: overgevoeligheid weg. Ik kom daar later op terug.

Er zijn honden die weliswaar het beeld van vlooien(allergie) hebben, maar geen vlooien en overigens een uitstekende vachtconditie. Dit zijn de honden met primaire vlooienallergie. En daarvoor is het middel Ledum palustre geschikt.
Ledum palustre is de moerasrozemarijn. Omdat naast vlooien, ook mijten en bacteriën een belangrijke rol spelen is er een preparaat in de handel waarin naast de Ledum palustre ook verdunningen van vlooien, mijten en bacteriën zitten (MacSamuel Huid tonicum). Met behulp van deze verdunningen proberen we het hondenlichaam ongevoeliger te maken voor vlooien, mijten en bacteriën.

Het typische beeld bij vlo allergie (algemeen insect allergie): de ondraaglijke jeuk en de jeuk die verergert door warmte. Het zijn ook symptomen die passen bij het beeld van Ledum palustre.

Ik zou nog op de secundaire vlooienallergie terug komen. De overgevoeligheid voor vlooien door een slechte vacht conditie.
Opdracht 1 is zoeken naar de oorzaak van het vachtconditie probleem. Dat kan een voedingsfout zijn, een darmprobleem, een stofwisselingsstoornis, een hormonale afwijking, enz. enz. In een aantal gevallen heeft de reguliere diergeneeskunde een oplossing, maar in de meeste gevallen moet de homeopathie er aan te pas komen.

Sulfur
We nemen even als voorbeeld een Golden Retriever met ook het beeld van een vlooienallergie. De vacht is: droog en schilferig. Er is veel haaruitval. En de vacht stinkt. De hond heeft veel last van jeuk. Opvallend is dat er een vuurrode huid is. En dat zien we meestal niet bij een gewone vlooienallergie. Er is behalve roodheid van de huid op de rug, roodheid van het oor (meestal links), roodheid van de anus (sleetje rijden), en soms ook een rode buik. Ook hier is sprake van een verergering van de roodheid en jeuk door warmte. Vaak zien we de klachten ook verergeren na nat worden (baden en zwemmen) en de hond lijkt wel allergisch voor wol (wollen vloerbedekking). Typisch is soms de jeuk in het gezicht. Soms horen we, dat de hond als pup langdurig diarree heeft gehad; in een aantal gevallen speelt dat nog op volwassen leeftijd. We vermoeden, dat het hier gaat om een stofwisselingsstoornis. Mogelijk is er iets mis met de uitscheiding van afvalstoffen.

Het beeld als boven geschetst past bij het middel Sulfur. Het homeopathisch middel Sulfur zou een stimulerend rol spelen in de ontgifting (binding van afvalstoffen aan zwavelverbindingen). We denken dat de stapeling van afval stoffen de huidreactie veroorzaakt. Allergie? We zien bij deze patiënt tijdelijk en/of gedeeltelijk verbetering door verandering van voeding. Proberen te voorkomen, dat er ongewenste stoffen opgenomen worden: goede verhoudingen in het voer, geen schadelijke smaak- en kleurstoffen of conserveringsmiddelen. Als de roodheid verdwijnt en de vachtconditie verbetert, zien we dat de vlooienallergie vanzelf verdwijnen.

Lycopodium clavatum
We kennen ook patiënten waarbij het beeld van de vlooienallergie hetzelfde is, maar de overige symptomen niet kloppen met het beeld van Sulfur dat we hiervoor gezien hebben. Neem nou bijvoorbeeld een Rottweiler. Vriendelijkheid, onzekerheid en dominantie in één hond. Kwispelen en grommen tegelijk. Wat aan de magere kant, ondanks dat zijn eetlust prima is. Wat droge, stoffige vacht en wat afgebroken haren, vooral op de schoft. De ontlasting is soms wat dun. Telkens als hij een normale hoop heeft geproduceerd, kwakt hij er wat dunnere ontlasting overheen. Hij is enorm winderig. Hier dus geen roodheid. Geen 'brand'' in de huid.
Dit beeld past meer bij Lycopodium clavatum. Ook Lycopodium clavatum heeft invloed op de lever- en nierfunctie, maar heeft toch weer een ander beeld dan dat wat bij Sulfur past.

Berberis vulgaris
Berberis vulgaris is ook een bekend middel bij huidklachten die in verband staan met lever- en nierfunctiestoornissen. Gek genoeg zien wij bij de honden die passen bij Berberis vulgaris weer niet die typisch vlooienallergie. Juist de bovenkant van de hond is helemaal puntgaaf. De problemen zitten hem ergens anders en zijn zeer chronisch. Het verbetert niet en wordt geleidelijk aan slechter. Chronische oorontsteking, chronische uitvloeiing uit de ogen en chronisch huidontstekingen onder de kin (inclusief een stinkend lipplooieczeem), tussen de tenen, hals, oksels, liezen, buik, rond de anus en vulva (of voorhuid), onder de staart. We zien de huidklacht veel bij Spaniëls. Vaak zien we, dat de jeuk wat wisselend is en de hond onvoldoende drinkt.

Graphites

Om het nog ingewikkelder te maken. Als deze klachten ook nog gepaard gaan met slaapzucht, overmatige veel eten en dik worden, kan het beeld ook bij het middel Graphites passen. Als Graphites past, zou er wel eens een vertraagde schildklierfunctie aan de huidklachten ten grondslag kunnen liggen. En vertraagde schildklierfunctie kunnen we in het bloed onderzoeken. Daarbij moet aangetekend worden, dat het alleen bepalen van de schildklierhormoon spiegel (T4 waarde) in het bloed veelal onvoldoende is om werkelijk een schildklierafwijking te kunnen vast stellen. En daarom gebeurt het vaak, dat ondanks een lage t4 waarde de diagnose uiteindelijk toch niet klopt en de patiënt niet beter wordt op de op de schildklier gerichte behandeling.
Graphites kan ook passen bij een heel ander beeld, dat we o.a. zien bij de Wetterhoun. Symmetrische kaalheid die gelokaliseerd is op de broek, plekje op de staart ongeveer een handbreedte van de inplant, flanken, hals / nek en achter de oren. De kale huid is soms wat verdikt, zwart verkleurd en kan wat koud aanvoelen. De hond is vaak sloom, te dik en treurig. Sommigen hebben heftige jeuk, andere hebben helemaal geen jeuk. Ook bij dit beeld speelt een te traag werkende schildklier vrijwel zeker een hoofdrol. Temeer omdat we weten, dat het beeld vaak veroorzaakt wordt door corticosteroïden (prednison en verwanten). Want corticosteroïden hebben een vertragende invloed op de schildklier. Advies is dus: nooit corticosteroïden toedienen aan een Wetterhoun of honden die een vergelijkbaar beeld hebben.

Apis mellifica
Die kale, zwart verkleurde plekken, kunnen ook nog bij andere middelen passen. Als er sprake is van 2 heel strak afgegrensde handgrote plekken aan beide zijden van de lenden, zou het bij Lachesis mutus of Pulsatilla pratensis kunnen passen. Niet geheel symmetrische verspreiding op de achterhand bij een jonge reu kan ook nog bij Apis mellifica passen.

Apis mellifica kan ook nog bij andere beelden passen, zoals netelroos, jonge hondenschurft, Staphylococcen pyodermie bij pups en wespensteek. Bij de laatste 2 is de lokalisatie typisch voor Apis mellifica: neus, oogleden en oren.

En nog veel meer…
En dan zijn we nog lang niet uitgeput wat betreft de mogelijkheden in de homeopathie ten behoeve van de hond met huidproblemen. De homeopathisch werkend dierenarts zal bij elke individuele hond steeds weer proberen om nog meer symptomen en kenmerken bij de hond te verzamelen om de keuze van het juiste middel nog beter te onderbouwen. De bedoeling van de informatie hiervoor is niet om u een 'kookboek'' aan te bieden voor de behandeling van de huidklachten van uw hond. Maar om aan te geven, dat er alternatieven zijn. Tevens kunt u uw dierenarts meehelpen te zoeken naar het best passende middel. Ook als ik niet verteld heb over het passende middel van uw hond, u heeft tenminste een idee hoe het toegaat in de homeopathie.